Lieve {{ subscriber.first_name | strip | default: “vreemdeling” }},
Een terugkerende discussie in mijn vriendengroep is de fooi voor de maaltijdbezorger die door weer en wind warme pizza’s bij mijn voordeur komt bezorgen voor ons allen.
Ik druk altijd een muntstuk van twee euro in zijn hand.
Mijn vrienden zeggen: waar houdt deze selectieve goodwill van jou op?
Wat mij dan weer verbaast. Aangezien deze gasten zelf in hun tienertijd pittige bijbanen hadden en zeer dankbaar waren voor de fooien die ze kregen.
Zoals vrachtwagens schoonspuiten. Of bedrijfsafval ophalen.
Ikzelf heb elke zondag tot diep in de nacht borden staan wassen en was maar al te blij met de maandelijkse verdeling van de fooienpot.
Maar inderdaad.
Het is wel selectief, die fooi van mij.
Soms geef ik hem aan mijn kapper, omdat ’ie moeite deed om zelfs mijn woeste wenkbrauwen bij te werken.
Restaurants, diepe zucht
In restaurants geef ik nauwelijks meer fooi.
De desinteresse van het personeel dat niet eens onthoudt dat je een paar minuten eerder ‘ijsthee’ tegen ze zei en dan staan ze aan je tafel met die ijsthee en dan die toon in hun stem: ‘Ijsthee?’
Alsof ze een zwarte handschoen van de grond hebben opgeraapt en hun stem iets verheffen en zeggen: ‘Is deze handschoen van iemand?’
In Boston, Amerika, ben ik eens belazerd door een taxichauffeur van het vliegveld die voor een tripje van 2,5 kilometer naar het hotel zijn taximeter niet aanzette, maar wel 55 dollar vroeg en ik alleen maar dacht: ‘Ik moet hier fooien geven, ik moet hier fooien geven’ en hem maar 65 dollar overhandigde. Voor een taxirit die normaal gesproken 20 dollar kost.
In my defense.
De man was echt een flink stuk langer dan ik. En die handen van hem. Holy moly. Wat kunnen handen groot zijn.
Het stomme aan zulke ervaringen is dat dit een van de belangrijkste herinneringen aan Boston is geworden.
De rest ben ik vergeten. Oh ja. En het brandalarm dat de eerste nacht afging terwijl je in een jetlag-slaaproes zit. Ik opende de deur en zag al die toeristen ook bij hun hoteldeur staan in totale verwarring en ik ging weer mijn kamer in, pakte mijn paspoort en een rugzak en ben via de brandtrap naar beneden gegaan.
Levensles: wacht niet op wat anderen doen. Red jezelf. Het was overigens vals alarm.
Mijn selectieve goodwill gaat ook wel eens mis.
Er was een periode dat ik vond dat ik meer moest betekenen voor de samenleving. Dus als de deurbel ging en een of andere puisterige jongen me vertelde wat mijn donatie zou betekenen voor de wereld, hadden ze mijn handtekening.
Tot er ook groepjes door de wijk trokken die ansichtkaarten voor het goede doel verkochten. Alleen dat goede doel waren niet de arme kinderen, maar zijzelf.
Waar houdt mijn vrijgevigheid op? Blijkbaar bij oplichters die het nu voor iedereen hebben verpest.
Een andere irritatie. Het moment dat je geld hebt gegeven aan een goed doel, is hun toestemming geven om je jarenlang nog lastig te vallen via de brievenbus.
Allemensen. Folders. Persoonlijke brieven. Magazines. Waar halen ze het geld voor porto en drukken vandaan? Zelfs na opzeggen blijven ze maar dingen sturen.
Weet je wat het is?
Het valt gewoon niet mee om zo empathisch te zijn als ik.
(dit was een grapje hè).
Dus ik heb regels voor mezelf opgesteld.
Als zelfbescherming.
- Ken ik je en vraag je om een donatie omdat je een heuvel op gaat fietsen voor een goed doel of iets dergelijks? Wat nobel van je. Hier. Mijn geld. Zet ’m op.
- Ken ik je niet? Dat geldt voor bellers en mensen aan de voordeur en in de winkelstraat. Sorry. Ik ben zeer achterdochtig.
- Heb je mijn maaltijd door weer en wind bij mijn voordeur gebracht? Fooi.
- Knip je ook mijn wenkbrauwen mee? Fooi.
En daar zal de wereld het mee moeten doen.
Hoe ga jij eigenlijk om met fooien en goede doelen?
liefs,
tomson
ps
