De overbuurman had een woedeaanval, en niet te zuinig ook.
- Geschreeuw.
- Een huilende baby.
- Een sussende vrouwenstem.
- Geklap van deuren.
Als ramen openstaan, komt het geluid op plekken waar je niet wil dat het komt. Zoals mijn huiskamer in.
Het geschreeuw was zo heftig dat ik verstijfd op de bank zat, met een open boek op schoot. Ik wilde het niet horen, maar ik hoorde het.
Het verlamde me. Mijn go-to stressreactie laat maar zeggen.
(Wat is die van jou eigenlijk? Ga jij smijten met dingen? Of ren je weg?)
Maar wat nog erger was, was dat ik vond dat ik het niet mocht horen. Het voelde te intiem. Te privé. Iets wat zich achter gesloten deuren hoort af te spelen. Mijn oren hebben hier niets mee te maken.
Hetzelfde gevoel als iemand z’n telefoon achterlaat en het scherm nog openstaat en je erop kijkt en een WhatsApp-gesprek ziet en dan toch gaat lezen wat er is besproken.
Je voelt het in je buik. Het morele kompas van de mens.
Pas al lezend, een paar hoofdstukken verder, stopte het geluid.
Toen ik de buurman een paar dagen later op de parkeerplaats tegenkwam, was ik totaal verward. Hij groette me heel vrolijk, zoals hij altijd doet.
Was dit de man die zoveel woede in zich had? Kijk, we zijn allemaal weleens moe en onredelijk en verheffen onze stem. Maar dit geluid, dat tussen de muren van de huizen heen en weer bonste, was beyond boosheid. Kwam dat uit deze kleine, timide, alleraardigste gast?
Maar goed.
Ik hoor wel eens vaker geluiden die je niet hoort te horen. Zoals het geluid als mensen aan het doen zijn.
Ik weet inmiddels ook hoe de buurvrouw klinkt als ze flink genomen wordt door haar nieuwe lover. En ik zeg flink genomen, omdat het een flinke vent is. Deze vrouw woont aan de andere kant van de straat, en het was de avond dat de bloedmaan te zien was aan de hemel. Je weet wel. Een maansverduistering waarbij die rood kleurt.
Dus ik liep de straat uit, richting het bos, in de hoop dat rode ding te zien. En ja, toen vingen mijn oren heftig gekreun op. Zo heftig dat ik besloot terug te lopen, maar nu langzame passen en goed op te letten uit welk raam het kwam.
En daarna draaide ik me opnieuw om, om zeker te weten dat ik de juiste buurvrouw koppelde aan dit geluid.
Ja.
Je zou tomson darko maar als buurman hebben.
Hij hoort alles.
Nu, elke keer als ik haar zie op de parkeerplaats, denk ik aan haar kreungeluiden. Ik wil het niet denken, maar ik denk het.
En ik weet het. Iedereen doet het. Iedereen kreunt en zucht en steunt. Er is niets raars aan. Maar toch raar genoeg dat zij nu niet meer gewoon die buurvrouw is, maar die buurvrouw die flink genomen werd tijdens de bloedmaan.
Ik weet niet meer waarom ik het festivalterrein van Rock Werchter (festival in Vlaanderen) verliet midden op de dag, maar ik verliet het en liep de camping op. Zo goed als verlaten uiteraard, want iedereen was bandjes aan het kijken of wat aan het eten of drinken.
In mijn tent pakte ik wat ik wilde pakken en ging vervolgens op zo’n campingstoeltje even zitten om bij te komen van al dat geslenter de hele dag door.
Ik dacht dat ik, in een cirkel van dertig meter, vol met tenten en partytenten, alleen was.
Maar dat was ik niet.
Hoog gekreun van een dame. Geen idee overigens waarom vrouwen altijd kreunen en mannen zwijgend de daad doen. Mannen, kreun mee. Is leuk. Voor de vrouw dan. Wat me doet afvragen of ik wel me kreun.
Oké.
Anyhow.
Als een arendsoog scande ik alle tenten af, tot ik er een wel heel wild heen en weer zag dansen.
Ja.
Daar gebeurde het.
Dronkenmanseks. Dat was duidelijk.
Lekker voor ze.
Toen de daad klaar was, kwamen ze uit hun tent en fatsoeneerden zich.
Weet je wat ik deed? Ik verstopte me. Op de knieën op het gras. Op een gegeven moment rolde ik me om, als een hond op de rug.
Ja. Ik was bang dat ze me zagen en dan dachten: ‘hij heeft ons gehoord’. Alsof ik hun iets aan had gedaan.
Ik weet ook niet waarom ik me verstopte voor hun blik. Maar het voelde gewoon te privé. Terwijl tegelijkertijd: het was nou niet dat ik op mijn hurken voor hun tent naar binnen ging spieken. Integendeel. Ik zat op de campingstoel. Te chillen. Kan ik het helpen dat ik hun hoor. Maar toch.
Dat gekke gevoel in mijn buik. Dat morele kompas. Dat het niet hoort om hier getuige van te zijn.
Afgelopen week kwam ik uit het bos met mijn notitieboek in mijn hand. Want dat is wat schrijvers doen. Met een hoofd vol onafgemaakte zinnen rondjes lopen op de plek waar je eigenlijk niet wil zijn als je hooikoorts hebt. Ja. Ik ben ook een masochist. Laat me!
En toen ik mijn straat in liep, klonk die bulderstem weer. Er stond maar één raam open, en het was niet van die alleraardigste, timide buurman. Het was een ander huis. Ik had de verkeerde beschuldigd!
En het spijt me om te zeggen, maar opeens begreep ik het. Die man was groot en opende altijd de deur alsof ik hem in iets heel belangrijks stoorde, als PostNL een pakketje van mij bij hem had achtergelaten. Het paste erbij.
En toch. Ik had het idee dat ik nu iets over hem wist wat ik niet hoorde te weten. Dat hij zijn emoties niet onder controle heeft. Dat hij buiten zinnen raakt. Dat hij schreeuwt als manier om de situatie onder controle te brengen. Wat natuurlijk helemaal niet werkt. Nee joh. Woede heeft nooit het gewenste effect op de ander. Je komt juist heel onevenwichtig en onredelijk over. Terwijl degene die zo boos is juist voelt alsof die in controle is. Dat ben je niet.
Dit heeft natuurlijk alles met mij te maken. Een goede vriend van mij heeft exact hetzelfde. Wij beiden worden geregeerd door een angst dat we een ander tot last zijn. Dus praten we kalm en zacht en krimpen we in als een ander te veel geluid maakt.
Zijn vriendin is in een vrijstaand huis opgegroeid. Dat is duidelijk in alles. Vooral op verjaardagen. Haar zus, haar vader, haar moeder. Ze praten luid. Ze maken veel kabaal.
Terwijl die vriend en ik alleen maar denken: DE BUREN. Doe zachtjes voor de BUREN.
Altijd die stem die meekijkt over onze schouders. Zorg dat je niemand tot last bent. Breng anderen niet in verlegenheid. Loop ze niet voor de voeten. Praat niet door ze heen. Stel geen vragen die ze irriteren. Lach niet te hard, dat het pijn doet aan hun oren.
Doe het raam dicht. Doe de luchtroosters dicht. Sluit de gordijnen. Sluit de deuren. Draai de schroefjes van je bed nog eens aan. Kreun in het kussen.
Zodat niemand anders het per ongeluk hoort. Zodat niemand anders dingen van je denkt. Zodat niemand anders van je bestaan af weet.
Wees een spook in het leven. Zo onzichtbaar mogelijk.
Maak je klein.
Zo klein.
Dat het net is alsof je niet bestaat.
En elke keer weer als iemand boos op je is, kom niet op voor jezelf. Nee. Doe die kin naar beneden. Keer in jezelf. De enige veilige plek. Zeg niets terug, want wat valt er tegen een boos iemand te zeggen? Hoor het aan. Knik. Fluister je ‘sorry’ of je ‘ik snap het’. Loop eventueel weg van de situatie. En ga liggen op bed en staar met betraande ogen naar het plafond. Voel je ongezien. Voel je onbegrepen. Voel je ondergewaardeerd. Het gevoel dat je maar al te goed kent van toen je nog klein was.
Om dan te beseffen: ik ben volwassen. Ik hoef mijn gedachten niet te verstoppen. Sta op. Loop naar beneden. En zeg met rustige stem wat je wil zeggen. Zeg met rustige stem dat je absoluut het misverstand begrijpt. Maar zeg ook hoe je jezelf erbij voelt. Dat het wellicht wat overdreven is allemaal, maar dat het gewoon gebeurt. De-escaleer. Maar verzwijg jezelf niet meer. Verstop jezelf niet meer.
Doe de volgende keer gewoon het raam open. En het luchtrooster. En kreun. Kreun. Kreun. Zo hard mogelijk.
Dat de buren na afloop ook een sigaret opsteken om ervan bij te komen.
Ja.
Kreun.
liefs,
tomson
